Yvonne, drie jaar met pensioen, is weer aan het werk als IC verpleegkundige

Yvonne reageerde op onze oproep om hulp* van mensen met een zorgachtergrond. Lees hier haar verhaal.

'Weer aan het werk zijn is fijn en verdrietig tegelijkertijd'

'Ook al wist ik een paar weken geleden nog niet hoe ernstig het was, het begon al wel tot me door te dringen dat het heel druk zou gaan worden op de IC.
Toen ik op de facebook de oproep zag voor extra handjes, reageerde ik direct; ik heb tijd genoeg, ben fit en gezond, dus ik ga helpen.
Ik zet me in omdat ik vind dat patiënten de best mogelijke zorg moeten krijgen. Ook zet ik me in vanwege het zorgpersoneel op de IC. Veel van hen werken parttime, draaien nu extra diensten, hebben vaak een gezin. Hoe lang houden zij dit vol?

Onder hoogspanning
Vanuit mijn loopbaan als IC verpleegkundige weet ik dat je tijdens extreme drukte niet de volledig kwalitatieve zorg kan geven die je zou wíllen geven. Ook omdat ik toch alweer drie jaar met pensioen ben, dacht ik dat ik voor ondersteunende werkzaamheden ingezet zou worden. Taken die onder hoogspanning minder gedaan kunnen worden dan je zou willen: een extra keer tandenpoetsen, wassen, spullen klaarleggen... Toch word ik nu als volwaardig verpleegkundige ingezet op de IC.

Fijn en verdrietig
Het is fijn om weer op mijn oude werkplek terug te zijn en om bij te kunnen dragen tijdens deze crisis. Vaak heb ik een déjà vu en haal ik herinneringen op met collega’s. Tegelijkertijd werken we onder druk, het is fysiek zwaar om continu in beschermende kleding te werken, het type patiënt is totaal anders en de omstandigheden zijn ontzettend verdrietig.

Geen contact
Jammer aan het werk vind ik dat ik geen contact heb met de patiënt, maar ook vrijwel niet met familie. Patiënten worden in slaap gehouden en liggen vaak ik buikligging. Natuurlijk hoor ik wel over de thuissituatie en collega’s spreken de familie telefonisch, maar toch leer ik de patiënt minder goed kennen. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar dit maakt het werk op dit moment geestelijk iets makkelijker: als je patiënten niet in de ogen kunt kijken. Je niet de angst in de ogen ziet.

Bang
Soms ben ik wel bang. Ik heb me opgegeven om te komen helpen maar daarmee zoek ik de besmettingshaard wel op. In eerste instantie ging ik er een beetje naïef naartoe. Nu ben ik me er enorm van bewust en word ik toch wel voorzichtiger. Ook de mensen met wie ik thuis nog contact heb, vragen zich af of ik hier wel goed aan doe. Privé en op het werk houd ik er enorm rekening mee, met dat ik op dit moment dit werk doe.

Voldaan naar huis
Na een dienst bespreken we met het team de dag: wat ging goed en wat ging minder goed. Als ik dan hoor dat collega’s fijne hulp aan me hebben gehad, dat voelt heel nuttig. Dan ga ik voldaan en blij naar huis. Het is een gekke situatie; ik dacht dat ik klaar was met werken. En nu zit ik, samen met al die anderen, in deze heftige periode. En dat duurt nog even. Maar als ik de vrijheid toch niet heb om alles te doen wat ik zou willen, dan kan ik beter maar werken.
De komende maanden hoop ik vol te houden. En daarna… is dit toch écht mijn laatste werkperiode geweest.'

Terug

*In het begin van de coronacrisis plaatsten we een oproep met de vraag om hulp van mensen met een zorgachtergrond. Hierop kregen we een overweldigend aantal reacties. Yvonne is een van de mensen die reageerde op onze oproep. Zij is nu, tijdens de coronacrisis, aan het werk in ons ziekenhuis.