De werkdag van David

David werkt al bijna 27 jaar in CWZ. Daarvan werkte hij 17 jaar als verpleegkundige op verschillende afdelingen, waaronder de afdeling chirurgie. Sinds 10 jaar is hij avond-/ nachthoofd. Een functie waarin hij veel meemaakt. Geen dienst is hetzelfde: ‘Er gebeurt iedere nacht wel iets onverwachts. En dat is nou juist wat ik zo mooi vind aan mijn werk’.

Geen eenmansfunctie

Een avond-/nachthoofd vervangt in principe alle afdelingshoofden. Dat betekent dat David betrokken is bij een hoop verschillende situaties. Situaties waarin hij telkens weer een andere afweging maakt, maar steevast op zoek gaat naar de beste oplossing voor zowel de patiënt, als de verpleging en de dienstdoende arts. In principe is het een eenmansfunctie. Maar dat is niet hoe David het ziet. ‘Ik werk continu met iemand samen, of dat nou een arts op de spoedeisende hulp is, met een verpleegkundige op de afdeling, iemand van ICT, de beveiliging of iemand van de schoonmaak. Ik zie die mensen als mijn directe collega’s.

Wandelende postbus 51

Er gebeurt ’s avonds en ‘s nachts veel in het ziekenhuis. Als avond-/ nachthoofd is David betrokken bij een groot deel daarvan. Hij krijgt soms wel 70 telefoontjes per dienst. ‘Collega's kunnen me alles vragen en doen dat dus ook’. David wordt dus van allerlei kanten benaderd. En de vragen volgen elkaar in razend tempo op: ‘Kom je bloedprikken?’, ‘Is er een bed vrij ergens?’, ‘Kom je met spoed een ECG maken?’, ‘Wil je vervanging zoeken voor een van onze collega’s?’, ‘Kom je  een infuus aanleggen?’, ‘Wil je die familie even opvangen?’, ‘Kun je een overplaatsing regelen voor deze patiënt?’, Kom je mee naar een spoedsectio?’, ‘Heb je inmiddels al een bed gevonden?’. David vertelt: ‘Ik word soms voor hele kleine dingen gevraagd, maar ook voor hele serieuze en acute zaken. Juist die uitersten, dat is wat ik leuk vind aan deze baan’.

Het gaat wel over mensen

’s Nachts zijn er al een heleboel bedden ingenomen en is het aardig vol. David legt uit: ‘Vannacht begon ik met vijf vrije bedden. Er moeten dan onverwacht toch 12 mensen worden opgenomen. Die bedden zijn er dan eigenlijk niet. Dan is het toch de kunst om mensen een plekje te geven op de juiste afdeling. Tegelijkertijd moet ik ervoor zorgen dat de werkdruk van de verpleegkundigen binnen de perken blijft. Dat is vaak tegenstrijdig. Goede communicatie is dan essentieel. En het besef dat het over mensen gaat, niet over een stapel spijkerbroeken die je in de kast legt.’

Sport

Een normaal mens zou gillend gek worden van de hectiek die David soms meemaakt. ‘Je moet dit echt heel leuk vinden en er energie uit halen, anders wordt het al snel te zwaar. Ik zie het als een sport om dingen voor elkaar te krijgen. Om de spoedeisende hulp leeg te krijgen. Om het huis niet teveel te belasten. Om ervoor te zorgen dat alles goed in evenwicht blijft. Dat de situatie werkbaar blijft. En als iedereen dan tevreden is voor mij de kick het grootst’.

September 2018
Foto: Richard Martens