Briënne Kersten, verpleegkundige

Toen ze de opleiding verpleegkunde niveau 4 had afgerond zei een leraar tegen Briënne Kersten, sinds augustus 2015 werkzaam bij afdeling psychiatrie, dat ze ‘door moest gaan’. Ze noemt zichzelf leergierig en heeft altijd de drang gevoeld om meer te leren. Een collega tipte haar over een  vacature voor de verkorte opleiding HBO voor verpleegkundigen. Een geweldige kans! Lang hoefde Briënne er niet over na te denken: de sollicitatie lukte en in februari kon ze starten met de opleiding.

Om beter voorbereid te zijn op de veranderende zorg in de toekomst investeert het CWZ in het opleiden van eigen verpleegkundigen naar HBO-niveau. Naast zelfstudie en een lesdag onder werktijd gaat het werk wel gewoon door. ‘Best wel pittig in het begin’, vindt Briënne, maar inmiddels heeft ze haar draai wel gevonden. ’Ik moest wennen aan zelfstudie en de verantwoordelijkheid die ik zelf moet nemen voor de verdieping in mijn vak. Dat is wel een groot verschil met een MBO-opleiding. In juni heb ik mijn eerste kennistoets, dat is nog wel een hobbel die ik moet nemen. Als ik die heb gehaald weet ik echt of ik het doorheb.’

Verdieping
Nu al merkt ze veranderingen in de benadering van haar werk. ‘Ik ben me meer bewust van wat ik doe en de diepgang maakt mijn werk interessanter. Vanuit mijn opdrachten kijk ik anders naar de zorgvraag en betrek de situatie er meer bij. Ik vul minder in voor de patiënt en toets of het wel klopt wat ik denk of zeg. ik ontdek dingen, zoals bijvoorbeeld hoe belangrijk het is om kennis te hebben van bepaalde richtlijnen die waardevol kunnen zijn. Een voorbeeld is dat ik me nu afvraag of we de anamnese anders af zouden kunnen nemen of zorgplannen anders op kunnen stellen . Verder merk ik op dat ik nu nadenk waarom ik een bepaalde actie onderneem, hoe ik dat doe en waarom ik dat zo doe. Ik ben me meer bewust van mijn werk.'

Verwachtingen
Voor de start van de opleiding had Briënne het beeld dat er meer ingegaan zou worden op anatomie en fysiologie van de mens en de verschillende ziektebeelden. Door de korte duur van de opleiding (2,5 jaar) staan deze onderwerpen echter niet op het programma. ‘Jammer, maar uiteindelijk ben ik verantwoordelijk voor mijn eigen leerproces. Ik kan natuurlijk zelf op zoek gaan naar verdiepende informatie. Voordeel is dat ik me dan veel meer richt op ziektebeelden waar ik op deze afdeling mee te maken krijg. Ik krijg precies waar ik behoefte aan heb. Ook de opdrachten kan ik toespitsen op mijn eigen specifieke werk.’
Op de afdeling blijft het niet opgemerkt dat Briënne de opleiding volgt. ‘Het was wel even zoeken in het begin. Ik wordt nu begeleid en beoordeeld door een collega. Ze helpt me bij opdrachten, denkt  mee en kijkt of ik op de goede weg zit. We hebben allebei  moeten wennen aan deze nieuwe rol.  Verder merken collega’s  dat ik meer vragen stel. Het is pittig, maar ze merken ook dat ik het leuk vindt.'

Toekomst
Mede door de opleiding kijkt Briënne met vertrouwen naar de toekomst. Nieuwe kansen bieden zich straks zeker aan. ‘Als ik klaar ben wil ik me meer gaan bezighouden met overstijgende activiteiten, zoals deelnemen aan werkgroepen. En wat zou het mooi zijn als ik straks kan doorgroeien tot senior verpleegkundige, verpleegkundig specialist of sociaal psychiatrisch verpleegkundig. Ja, de drive om door te leren zit in mij! Ik wil eruit halen wat erin zit, zonder ooit te zeggen “was ik maar begonnen met de opleiding”. Ik ben trots nu te zijn gestart met de opleiding. Waar ik vooral ook van geniet is dat mijn werk zoveel leuker is geworden door de verdieping die ik er nu aan kan geven. Ik zou iedereen willen aanraden deze opleiding te gaan doen. Echt fijn dat het CWZ deze mogelijkheid biedt!’

Lees meer over de opleiding