De werkdag van Martien

Martien Tax is specialistisch analist op de afdeling pathologie in CWZ. Bij pathologie denkt men al snel aan een obductie bij overleden mensen. Dit gebeurt echter zelden. In werkelijkheid onderzoekt hij afwijkend weefsel en schept hij duidelijkheid over aandoening en behandeling. Lees het verhaal van Martien. 

Uitsnijkamer

Martien werkt al bijna 15 jaar in het lab op de afdeling pathologie. Een plek waar hij samen met een aantal collega’s afgenomen weefsel onderzoekt. ‘Iedere ochtend staat hier een bak voor mij klaar met daarin preparaten die de dag ervoor zijn afgenomen. Weefsel dat een (huis)arts verdacht vindt en dat daarom onderzocht moeten worden’. In 80% van de gevallen onderzoekt Martien onrustig weefsel, waarbij de arts een vorm van kanker vermoedt. Bijvoorbeeld een moedervlek, darmpoliep of een prostaat. De overige 20% gaat over onschuldige aandoeningen. Zoals een schimmelinfectie aan de huid of een blindedarmontsteking. Dat wordt uit voorzorg onderzocht, om er zeker van te zijn dat er niet meer aan de hand is.

Macroscopisch

‘Soms ziet of voelt een arts onregelmatigheden aan de buitenkant. Wij bekijken of het een tumor is, wat voor tumor het is en hoe ver die bijvoorbeeld in de spierlaag of in de vetlaag groeit. Dat doen we in eerste instantie macroscopisch. Dus met het blote oog. Per orgaan/weefsel hebben we duidelijke protocollen. De delen waarin wij iets bijzonders ontdekken snijden we uit. Op het lab worden deze fragmentjes in plakjes van 3 duizendste van een millimeter gesneden en gekleurd. Dit bekijkt de patholoog vervolgens onder de microscoop. Een patholoog kan dan zien of het daadwerkelijk kanker is en welke vorm van kanker. Met die informatie bepaalt de patholoog mede wat de beste vervolg behandeling voor de patiënt is. Ik ben er heel trots op dat ik zo een bijdrage kan leveren aan een diagnose die een patiënt verder helpt.’

Afwijkingen

Het verschil tussen een patholoog en een analist is dat de patholoog de diagnose doet en zelf bepaalt welke oncologische delen hij wil bekijken. ‘Alle goedaardige afwijkingen onderzoeken wij als analisten. Zoals galblazen, blindedarmen en huid. De kwaadaardige afwijkingen onderzoekt de patholoog. Ik doe dan het voorbereidende werk en assisteer de patholoog. Hoe langer je dit werk doet, hoe meer je weet natuurlijk. Ik zie inmiddels vrij snel of er iets mis is, maar mag daar nog geen conclusie aan koppelen. Wel houd ik het voor mezelf bij. Als mij dingen opvallen dan schrijf ik het op en dan bekijk ik later welke diagnose de patholoog heeft gesteld om te zien of ik het goed had. Ik vind het leuk om mezelf op die manier te trainen’.

Pathasser opleiding

Binnenkort gaat Martien de opleiding volgen voor pathologie assistent. Daarna is hij, net als een patholoog, bevoegd om oncologische preparaten uit te snijden. Dus de delen van het lichaam waar kankercellen zitten. Hij heeft lang gelobbyd voor deze opleiding die alleen wordt gegeven aan de Universiteit van Brugge. ‘Je bent nooit te oud om te leren zeg ik altijd. Ik ben nu 54 en moet nog zeker 12 jaar door dus ik wil deze kans echt nog grijpen om te groeien in mijn vakgebied!’.

Dit verhaal schreven we voor de maandelijkse rubriek De werkdag van….
De rubriek vertelt hoe CWZ’ers bijdragen aan de goede zorg en service voor patiënten.

Maart 2019